Ik zat gisteren te lunchen met een gehaktbal uit de supermarkt. Gewoon, met een vork. En ineens denk ik: waar zit nou eigenlijk al dat eiwit in? Want volgens de Keuringsdienst van Waarde zit er in vlees ook eiwit van kip, rund en varken – maar dan van hetzelfde dier. Alsof je een hond zijn eigen staart laat achterna zitten.
Dus ik bel de supermarkt. “Hallo, is dit de bal?” vroeg ik. “Nee,” zeiden ze, “dit is de klantenservice.” Maar goed, ik wilde weten: waarom moet er extra eiwit in vlees dat al van een dier komt? Alsof mijn stoofvlees een dubbele dosis nodig heeft. Alsof het zegt: “Ik ben al vlees, maar ik wil ook nog méér vlees zijn.”
De Keuringsdienst van Waarde dook erin. En jawel: het eiwit wordt gebruikt om het vlees mals te houden. Niet gevoelig, hoor, maar textuurtechnisch. Alsof het vlees bang is voor de tanden van oma.
Maar hier wordt het bloedstollend. Niet letterlijk, hoor. Geen slachthuisgeheimen. Maar ik moest wel lachen: we controleren de waarde van vlees alsof het een schilderij van Rembrandt is. Terwijl ik gewoon wil dat mijn gehaktbrood niet op karton lijkt.
Toch blijf ik eten. Want als het vlees zichzelf blijft, en ik mijzelf, dan klopt het allemaal. En ik blijf de Keuringsdienst waarderen. Zelfs als ze geen keurmerk geven voor logica.
Liefs, Carla
Carla’s Corner 😘


