Gisterenavond: ik zit met mijn thee voor de tv, afstandsbediening in de aanslag. De Staatsloterijshow begint. Grote muziek, glimmende jurk, Hélène Hendriks straalt naar de camera. Mooi allemaal. Maar ik voel niks. Geen kriebel. Geen ‘oooh, wie wint er nou?’. Geen Linda-de-Mol-gevoel.
Hélène doet haar best, hoor. Ze lacht, ze kijkt vriendelijk, ze noemt mensen bij hun naam. Maar het is alsof je een nieuwe buurvrouw hebt die heel aardig is, maar je weet gewoon: dit is niet de oude mevrouw Jansen. Die had altijd koekjes. En een mop.
Linda de Mol had dat. Die kon een loterijtrekking omtoveren tot een feest met oma. Hélène? Die zegt ‘gefeliciteerd’ alsof ze een formulier invult. Geen slechte vrouw, hoor. Maar geen Linda.
En de kijkcijfers? Onder de verwachting. Alsof iedereen dacht: ‘Misschien is het beter met popcorn.’ Maar nee. Gewoon televisie. Groot, glimmend, saai.
Maar goed, het is pas de eerste keer. Misschien morgen met een beetje zon, een betere joke, en een échte schreeuw van ‘JAAA!’ bij een hoofdprijs? Dan pak ik de telefoon zelf. Voor de lol.


