Eerst dacht ik: daar heb je weer zo’n ochtend waarop mijn sokken niet bij mijn jas passen. Maar goed, Curtis uit Blauw had het zwaarder. Die stond op het station met zijn handen in de lucht, niet vanwege een verdachte, maar vanwege een vrouw die niet meer wist hoe ze verder moest.
Hij is verkeersagent, dus normaal gesproken houdt hij zich bezig met fietsers die dwars over het kruispunt scheuren alsof ze in een race zitten. Maar vandaag? Vandaag was hij ineens psycholoog, luisteraar, en noodhulp in één. Geen sirene, geen flitspaal, gewoon een mens die iemand anders zag wankelen – en bleef staan.
Terwijl anderen doorliepen met hun koffie en hun ochtendritueel, vroeg Curtis: “Gaat het?” Alsof hij niet op uniform stond, maar op een keukentrapje bij een vriendin die huilde om een gebroken relatie.
Het is makkelijk om te denken: agent = wet, agent = boete, agent = “niet hier parkeren”. Maar soms is het gewoon: mens zien. En dat is wat hij deed. Geen drama, geen camera’s nodig – alleen een stem die zegt: “Ik ben er.”
Dus ja, de straat is veiliger met hem erop. Maar niet alleen vanwege de regels. Juist omdat hij weet wanneer hij ze even moet laten liggen.


